Duntulm Bay, 14 mei 2019.

Voorzichtig loop ik over het glibberige zeewier en zoek mijn weg tussen de plassen. Het is eb, half tien ’s avonds, op een bijzondere plek aan de Schotse westkust.

Ruim 150 miljoen jaar geleden scheurde hier het Noordamerikaanse continent los van het uitgestrekte Eurazië. Met een snelheid van zo’n tien centimeter per jaar, dreven twee werelddelen uiteen. Het plateau dat nu zichtbaar wordt, was toen de bodem van een uitgestrekt moerasgebied. Hier liepen de grootste viervoeters die de aarde ooit gekend heeft. Plantenetende dinosauriers, twintig en meer meters lang, en tot wel 50 ton zwaar. Traag rondstappend op hun enorme olifantspoten, aten ze het loof van de bomen en de planten uit het moeras, intussen een spoor van ronde pootafdrukken achterlatend.

 Een paar keer per maand, als het tij extra laag is, worden ze zichtbaar. Ronde plassen, tot meer dan een halve meter groot. In een regelmatig ritme, soms zomaar eindigend, alsof de dino’s tijdens het grazen even stopten en met hun jongen verbaasd opkeken naar hun soortgenoten, die op dat andere continent langzaam wegdreven.

 Voorzichtig tast ik met mijn vingers over de bodem van een gave, bijna ronde pootafdruk, niet groter dan van een forse olifant. Zou dit een jong geweest zijn? Aan de voorkant voel ik een rafelige rand. Tenen waarschijnlijk. Honderdvijftig miljoen jaar liggen tussen ons, nooit was ik er zo dichtbij. Tot ver in de schemering scharrel ik met camera en statief door deze oertijd. Nog even, zodadelijk is het donker en morgen heeft de zee alles weer toegedekt. In de verte zie ik iemand. Ze zwaait, komt dichterbij, waarschijnlijk ongerust geworden waar ik blijf. Even later dwalen Tineke en ik langs de sporen aan de waterlijn. Ons verbazend en genietend, totdat de nacht ons omsluit.

 
Line De Vos