Het is rond elf uur als ik de deur achter me dicht trek. Het is fris buiten.
Zonder licht te maken loop ik naar achteren. Voorzichtig door Tineke’s moestuin, en daarachter is mijn plek. Een paar uur geleden heb ik de kijker al op de hemelpool uitgelijnd en de computer opgestart. Over een paar minuten zal mijn doel van achter de bomen tevoorschijn komen: de Andromeda nevel. En vanavond is het heel speciaal, want het is niet alleen helder, maar ook nog nieuwe maan. Donkerder kun je het niet wensen.
Ongeveer een jaar geleden hadden we ook zo’n avond. Tineke en ik maakten een late wandeling door de buitengebieden van Putten, en na wat zoeken met onze verrekijkers, zagen we hem; een mooi ovaal lichtgevend wolkje. Afzonderlijke sterren kon je er niet in onderscheiden, maar het idee, dat dat wolkje een enorm melkwegstelsel was, met daarin miljarden sterren, waarvan het licht dat wij zagen, ruim twee miljoen jaar geleden vertrok, was wel bijzonder.
Inmiddels heeft de kijker hem nu in beeld en ik maak een proefopname van drie minuten. Intussen ga ik op mijn oude tuinstoel zitten en kijk om me heen. Oranje straatlantaarns, fietsers en brommers over de Leidseweg, een gonzende A2, en een vage lichtkoepel boven de stad. Wel iets anders, dan een nacht op het platteland.
Na drie minuten komt de foto binnen. Het is vooral de lichte kern die zichtbaar is, en daarnaast de twee kleine melkwegstelsels er schuin boven en onder, maar van echte details is nog geen sprake.
Ik stel nogmaals scherp, en geef de kijker de opdracht om honderd foto’s te maken van elk drie minuten. Daarmee kan hij, als alles goed gaat, nog voor de ochtendschemering klaar zijn.
Terwijl elke drie minuten een foto binnenkomt, die de computer op elkaar legt, worden er steeds meer details zichtbaar. Lange bruine slierten van stof en gruis maar ook groepjes piepkleine, wit hete jonge sterren, soms in blauw/groen gas. Ook nog een paar oranje-achtige super-reuzen: oeroude sterren in hun laatste levensfase.
De nevel blijkt een enorme pannenkoek, een kosmische, kolkende frisbee, met driehonderd miljard sterren en planeten, waarvan hoogst waarschijnlijk talloze met vormen van leven, en misschien wel complete beschavingen erop.
Ik blijf nog een poosje buiten zitten, maar het begint af te koelen, en een warm bed lokt. De kijker en de computer kunnen het nu zelf wel, en morgenochtend zullen ze me een blik gunnen op een onbekende wereld, onmetelijk ver weg…
Om half één lig ik weer naast Tineke.